Wet OM-afdoening: de strafbeschikking

Juni 2011 Van de 260.000 misdrijven, welke er per jaar in Nederland worden gepleegd, komen er zo’n 140.000 uiteindelijk voor de rechtbank (Politierechter of Meervoudige Kamer). Het doel van de wetgever is al sinds jaar en dag om de druk op de rechtbanken te verminderen, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in de Wet OM-afdoening. (deels in werking sinds 1 februari 2008, doch gefaseerd ingevoerd en dus feitelijk nu pas actueel).

De Wet is opgenomen in het Wetboek van Strafvordering, tweede boek, titel IVa (artikelen 257a tot en met 257h). Klik hier voor een weergave van de regeling. Het doel is om 20.000 tot 22.000 zaken per jaar af te doen via de Wet OM-afdoening.

Wat kan het Openbaar Ministerie (zonder gerechtelijke tussenkomst dus) opleggen?

  • Taakstraffen van maximaal 180 uur door een Officier van Justitie (door een parketsecretaris maximaal 120 uur en bij minderjarigen maximaal 60 uur).
  • Geldboete: wettelijke maxima
  • Onttrekking aan het verkeer (voorwerpen met een criminele "inslag" kunnen worden onttrokken aan het verkeer. Hierbij kan worden gedacht aan verdovende middelen, inbrekerswerktuigen, valse munten, kinderpornografie, verboden jachtmiddelen et cetera. De onttrekking aan het verkeer is een zogenaamde veiligheidsmaatregel. De voorwerpen gaan in eigendom over aan de Staat en het Openbaar Ministerie kan er vrijelijk over beschikken. Vaak zal dit tot vernietiging van het betreffende voorwerp leiden.)
  • Schadevergoedingsmaatregel; als een dader bij het plegen van een strafbaar feit iemand schade heeft toegebracht, dan kon voorheen enkel de rechter hem veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer. Het CJIB int dit bedrag en zorgt ervoor dat dit op de rekening van het slachtoffer wordt gestort. Die bevoegdheid ligt nu dus ook bij het Openbaar Ministerie.
  • OBM: ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen; tot maximaal 6 maanden.
  • Aanwijzingen: afstand, uitlevering voorwerpen, ontneming, schadefonds geweldsmisdrijven, gedrag.

Wanneer het Openbaar Ministerie voornemens is een:

  • Taakstraf en/of
  • OBM en/of
  • een aanwijzing betreffende het gedrag

op te leggen is het verplicht de verdachte te horen en te wijzen op de mogelijkheid van toevoeging van een advocaat.

Wanneer het Openbaar Ministerie voornemens is een boete van meer dan € 2.000,00 op te leggen is het ook verplicht een verdachte te horen en is bovendien bijstand door een advocaat verplicht. (met uitzondering van a. fiscale delicten en b. economische delicten begaan door rechtspersonen met een belang van minder dan € 10.000,00). 

Een strafbeschikking inhoudende een taakstraf, OBM of aanwijzing gedrag wordt slechts gegeven indien de verdachte zich hiertoe bereid heeft verklaard. Doet hij dat niet dan komt de zaak alsnog voor de rechter.

De verdachte kan (behoudens het geval hij vrijwillig meewerkt en afstand heeft gedaan van dat recht) tegen de strafbeschikking in verzet komen binnen 14 dagen na betekening. De zaak wordt ook dan voorgelegd aan de rechter.

De strafbeschikking zal te zijner tijd de bestaande OM-transactie steeds verder verdringen en uiteindelijk zal de transactie geheel verdwijnen.

Transactie versus strafbeschikking:

  • Voorkoming van strafvervolging versus daadwerkelijke vervolging
  • Voorwaarden versus straffen
  • Consensualiteit versus eenzijdige schuldvaststelling
  • Geen rechtsmiddel versus verzet
  • Grove beschrijving van het strafbare feit versus nauwkeurige omschrijving van het strafbare feit
  • Niet vatbaar voor executie versus direct vatbaar voor executie

Conclusie:

Het Openbaar Ministerie krijgt er aldus een grote hoeveelheid bevoegdheden bij (zelfs lagere ambtenaren als politieagenten zullen zaken kunnen afdoen zonder gerechtelijke tussenkomst) en als verdachte kun je daar in veel gevallen weinig tegen doen. Uiteraard is er altijd de mogelijkheid van verzet, doch evaluatie van de eerste maanden leert dat er weinig verzet wordt ingesteld. Verdachten (feitelijk kan men zeggen veroordeelden, want de OM-afdoening wordt gezien als een 'daad der vervolging') leggen zich kennelijk massaal neer bij de beslissing van het Openbaar Ministerie. De praktijk zal moeten uitwijzen of deze situatie een omslag zal kennen, de verdachten mondiger worden en zich de weg naar de rechter niet zonder meer laten ontzeggen. Bij deze kentering is een grote rol voor de strafadvocaten weggelegd, nu zij degenen zullen zijn die hun cliënten wegwijs zullen moeten maken in deze nieuwe wereld van de strafrechtelijke afdoening!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met strafrechtspecialist mr. C.A.D. Oomes. U kunt hem bereiken op telefoonnummer (040) 267 9992.