Weigering verlof conservatoir verhaalsbeslag

Juli 2010 Een vordering met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag ontstaat eerst door de toekenning daarvan door de kantonrechter. Voor een toekomstige vordering kan doorgaans geen beslag worden gelegd, behoudens de omstandigheid dat het ontstaan van de vordering zeer waarschijnlijk is en/of er alsdan sprake is van een groot verhaalsrisico. Van geen van deze omstandigheden is hier gebleken.

Casus

Het dienstverband van werknemer is opgezegd door zijn werkgever in verband met de bedrijfsbeëindiging. Werknemer stelt zich op het standpunt dat zijn ontslag kennelijk onredelijk is in de zin van artikel 7:681 BW. Hij dreigt de werkgever met het starten van een procedure bij de kantonrechter alsmede met het leggen van een conservatoir verhaalsbeslag als werkgever hem niet een bedrag groot € 19.000,00 betaalt als compensatie in verband met het beweerdelijk kennelijk onredelijk ontslag. Werkgever gaat hier niet op in en werknemer laat zijn advocaat een verzoekschrift tot het mogen leggen van conservatoir verhaalsbeslag onder de Provincie Noord-Brabant indienen omdat hij kennelijk vreest voor verhaal in verband met de bedrijfsbeëindiging. De Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch weigert het gevraagde verlof. Hij overweegt daartoe het volgende.

Overweging rechtbank

Een vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag zoals bedoeld in artikel 7:681 BW ontstaat pas als de rechter deze daadwerkelijk aan werknemer heeft toegekend. Dit is anders dan in het "reguliere" schadevergoedingsrecht, waarin de daadwerkelijke toekenning geen constitutief vereiste is. In casu was de werknemer nog geen schadevergoeding toegekend. Sterker nog, de werknemer had tot dat moment slechts gedreigd met een procedure bij de kantonrechter.

De Voorzieningenrechter vervolgt dat conservatoir verhaalsbeslag voor een toekomstige vordering doorgaans niet mogelijk is, behalve in de gevallen dat (a) het zeer waarschijnlijk is dat die vordering inderdaad zal gaan ontstaan en (b) het verhaalsrisico alsdan groot te achten is. In dit geval is de Voorzieningenrechter niet van dergelijke omstandigheden gebleken. Ten eerste overweegt hij ten aanzien van (a), kort gezegd, dat er weliswaar sprake is van omstandigheden die zouden kunnen leiden tot een schadevergoeding uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag, maar de Voorzieningenrechter kwalificeert dat nog niet als "zeer waarschijnlijk". Ten aanzien van (b) overweegt de Voorzieningenrechter dat hem niet van omstandigheden is gebleken dat er een levensgroot verhaalsrisico. Gerekestreerde heeft drie percelen grond verkocht aan Provincie Noord-Brabant voor een prijs van € 2.500.000,00 waarvan nog € 500.000,00 nog moet worden betaald. Naar het oordeel van de Voorzieningenrechter valt - zonder nadere informatie - bij een dergelijke koopsom niet in te zien dat er een zodanig verhaalsrisico bestaat dat werknemer daarvoor verlof moet worden verleend om onder de Provincie beslag te mogen leggen.

Bron:   www.rechtspraak.nl

Voorzieningenrechter Rechtbank 's-Hertogenbosch; LJ-nummer: BN1389