Vervalt het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst met ondertekening van een beëindigingsovereenkomst?

September 2009 Een man trad in 2000 in dienst als vertegenwoordiger bij Douwe Egberts te Utrecht. Zijn arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding dat op de twee voorgaande bedingen betrekking had. Tijdens arbeidsongeschiktheid en lopende het re-integratietraject van de werknemer besloten werknemer en werkgever de arbeidsverhouding te beëindigen. Hiertoe werd een vaststellingsovereenkomst gesloten. De werknemer had daarin geen juridische bijstand. In die overeenkomst werd het geheimhoudingsbeding weer expliciet opgenomen, het concurrentiebeding kwam niet ter sprake. Tevens kwamen partijen finale kwijting overeen. Toen de ex-werknemer voor een concurrent ging werken, wees de werkgever hem op het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst en dreigde met oplegging van de boete.

De werknemer stapte naar de Kantonrechter met het verzoek zijn ex-baas te verbieden om boetes op te leggen of schadevergoeding te eisen. Deze stelde de werknemer in het gelijk, waarna de werkgever in hoger beroep ging. De rechter paste het Haviltex-criterium toe, wat inhoudt dat leidend is wat partijen over en weer hadden bedoeld met de overeenkomst en wat zij uit elkaars bedoelingen hadden mogen begrijpen. In zijn ogen had de werknemer hier mogen begrijpen dat hij en de werkgever volledig afscheid van elkaar hadden genomen. Immers, in de vaststellingsovereenkomst werd wél gesproken over het geheimhoudingsbeding maar niet over het concurrentiebeding, terwijl partijen tevens finale kwijting waren overeengekomen.

Het is voor een werkgever dus van belang dat in een vaststellingsovereenkomst de dingen worden opgenomen die je ook wilt afspreken, wat men wil handhaven en wat men wil uitsluiten. Zorgvuldige juridische redactie is onmisbaar wil men later niet voor verrassingen komen staan.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2009, LJN BJ2741