UWV moet situatie ZZP-ers mild herbeoordelen
April 2010 Van de circa 3.000 zelfstandigen zonder personeel (ZZP’er) die het UWV benaderde, zijn tenminste 1.000 ZZP-ers van mening dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hun situatie onjuist heeft beoordeeld en eisen dat het UWV opnieuw naar hun situatie kijkt. De betrokkenen zijn het niet eens met de beslissingen die zij van het UWV hebben ontvangen waarmee hen werd medegedeeld dat zij (een deel van) hun WW-uitkering moeten terugbetalen en in veel gevallen ook een boete aan het UWV zijn verschuldigd. De ZZP’ers zouden hun werkuren bewust onjuist hebben opgegeven, waardoor zij nu worden beschuldigd te hebben gefraudeerd.Eigen bedrijf met behoud van WW
Degene die een WW-uitkering ontvangt (maar ook bij ZW- of andere arbeidsongeschiktheisuitkering) mag een eigen bedrijf starten met behoud van zijn uitkering. Men gaat dan in overleg met zijn werkcoach van het UWV bekijken of hij geschikt is om als zelfstandige aan de slag te gaan en wat erbij komt kijken. Tijdens de startperiode, die maximaal 26 weken duurt, hoeft de betrokkenen niet te solliciteren. Hij mag de startperiode gebruiken voor het binnenhalen en uitvoeren van opdrachten. De aan het eigen bedrijf bestede uren dienen moeten worden opgegeven bij het UWV. Het gaat daarbij om zowel directe uren (kort gezegd, declarabele werkzaamheden) als de indirecte uren (bijvoorbeeld uren in verband met opzetten van bedrijf, administratie en dergelijke).
Controles
In de afgelopen jaren hebben UWV en Belastingdienst controles uitgevoerd op misbruik van de zogenaamde zelfstandigenregeling zoals toegepast in de periode 2004-2006. In die periode zijn de bestanden van het UWV en de Belastingdienst in het kader van geïntegreerde samenwerking aan elkaar gekoppeld. Uit voormelde controles bleek dat circa 3.000 ZZP'ers de gewerkte uren niet correct hadden ingevuld. Er werd in veel gevallen een verschil tussen de opgave van de gewerkte uren bij het UWV en de Belastingdienst geconstateerd. De ZZP'ers ontvingen daarom besluiten waarin zij werden geconfronteerd met hoge terugvorderingen en boetes.
Nationale ombudsman
Talloze gedupeerde ZZP'ers dienden een klacht in bij de Nationale ombudsman. Naar aanleiding van deze klachten heeft de ombudsman een onderzoek ingesteld. Op 9 februari 2010 bracht de ombudsman een rapport 1 uit genaamd "ZZP'ers met een valste start. Een onderzoek naar handhaving door UWV in het project Samenloop zelfstandigenaftrek en WW-uitkering". In dat rapport is een tweetal aanbevelingen opgenomen, die erop neerkomen dat (a) er een volledige herbeoordeling moet komen waarbij moet worden onderzocht of het verschil in opgegeven uren bewust of onbewust is geschied en (b) de genomen maatregelen zoveel als mogelijk moeten worden teruggedraaid als blijkt dat sprake is van een onbewuste onjuiste opgave.
De ombudsman trok deze conclusies nadat hij constateerde dat bijna 1/3 van de casemanagers van het UWV het niet nodig vond om de indirecte uren strikt op te geven en de betrokken ZZP'ers ook aldus adviseerde. Iemand kon dan onverantwoord in inkomen achteruit gaan hetgeen er dan toe zou leiden dat hij niet zou slagen als ZZP'er. Een aanzienlijk deel van de casemanagers geeft in dat verband aan dat het nodig was om pragmatisch met de urenverrekening om te gaan omdat het anders moeilijker is om mensen aan het werk te helpen. Zo gaven de casemanagers het advies om indirecte uren te spreiden over een aantal weken of helemaal niet op te geven. Bovendien heeft de ombudsman geconstateerd dat het onderwerp 'directe en indirecte uren" niet expliciet schriftelijk door het UWV onder de aandacht van de betrokkenen is gebracht.
De ZZP'ers zijn dus niet juist en/of volledig voorgelicht over de gevolgen van de overstap van WW naar werken als zelfstandige en hoe daarmee vervolgens om te gaan, aldus de ombudsman. Uit het overleg dat tussen de ombudsman en het UWV plaatsvond, kwam geen oplossing, zodat de ombudsman zijn bevindingen aan minister Donner en de Tweede kamer kenbaar heeft gemaakt.
Motie Ulenbelt c.s.
Op 10 maart 2010 diende SP-kamerlid Ulenbelt met steun van enkele anderen een motie in ("motie-Ulenbelt c.s. ", TK 2009/10, 31311, nr. 47) waarin het kabinet wordt gevraagd om het UWV op te dragen ambtshalve alle dossiers van mensen die voor 1 juli 2006 als zelfstandige uit de WW zijn gestart en zijn geconfronteerd met terugvorderingen en boetes opnieuw te beoordelen aan de hand van de criteria van de Nationale ombudsman. Het UWV zou in de ogen van deze Kamerleden teveel ontvangen uitkering nog slechts terug mogen vorderen indien er van de zijde van de uitkeringsgerechtigde bewust onjuiste informatie is verstrekt. Tussentijds zou de handhaving moeten worden opgeschort. De motie werd op 16 maart 2010 door de Tweede Kamer aangenomen.
Donner
Minister Donner reageerde in februari jongstleden al op het rapport van de Nationale Ombudsman en doet met inachtneming van de aanbevelingen uit dat rapport voorstellen om de ZZP'ers tegemoet te komen. Een volledige weergave van die brief 2 is te vinden op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Met zijn brief van vrijdag 2 april heeft de demissionaire bewindsman in een brief 3 aan de Tweede Kamer laten weten dat hij afspraken met het UWV heeft gemaakt om de zaken van de betreffende ZZP'ers "ruimhartig" te beoordelen. Hij heeft gesteld dat in het voordeel van de ZZP'er moet worden beslist indien er gerede twijfel bestaat over de juistheid van de voorlichting van het UWV. Slechts een beperkt aantal medewerkers van et UWV zal zich met deze zaken bezighouden. Het proces zal onder leiding staan van een extern aangeworven en gezaghebbende deskundige, aldus Donner. Diens oordeel zal bij twijfelgevallen doorslaggevend zijn.
Wat te doen?
Als het goed is hebben de gedupeerde ZZP'ers inmiddels een brief van het UWV ontvangen waarin hen wordt aangegeven dat zij een herzieningsverzoek kunnen indienen bij het UWV als zij vinden dat ze in dit verband onjuist door het UWV zijn geïnformeerd. Daarbij moet worden aangegeven wat de reden voor het herzieningsverzoek is.
Wilt u meer informatie over of juridische bijstand daarin, dan kunt u contact opnemen met de heer mr. R.L.J.J. Vereijken, specialist op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid. U kunt hem bereiken op telefoonnummer (040) 267 9999.
