Uitbreiding van de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

December 2011 De Ministers van Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben onlangs een voorstel tot wijziging van de Opiumwet gedaan. De wijziging heeft ten doel handelingen ter voorbereiding of bevordering van illegale hennepteelt en uitvoer van grote hoeveelheden als strafbaar feit aan te merken.

Achtergrond en problematiek

De laatste jaren wordt (grootschalige) illegale hennepkwekerij steeds harder aangepakt. Daarbij is duidelijk geworden dat de aanpak van de direct betrokkenen, de telers, niet toereikend is voor een daadwerkelijke terugdringing van de illegale hennepkwekerij. De Ministers vinden het daarom ook noodzakelijk dat wordt opgetreden tegen de activiteiten van "randfiguren" die een ondersteunende rol spelen rondom de illegale teelt, in het bijzonder activiteiten ter voorbereiding en vergemakkelijking van hennepteelt. Hierbij valt te denken aan growshops. Growshops, aldus de Ministers, leveren namelijk niet alleen op grote schaal goederen voor het telen, maar dragen ook zorg voor de financiering, de inrichting van kwekerijen en zelfs voor de afname van het eindproduct. Daarnaast is er sprake van het leveren van hennepstekken en -planten en de verkoop van voorzieningen voor het aftappen van elektriciteit. Doch ook personen die hun pand of erf tegen vergoeding aanbieden voor de kweek van hennep behoren tot de doelgroep

Huidig juridisch arsenaal

De oplettende lezer zal bemerken dat reeds in artikel 11a van de Opiumwet de strafbaarstelling is neergelegd waarop leden van een criminele organisatie die legale (verkoop)activiteiten, voorbereidende dan wel ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de hennepteelt hebben verricht strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Het nadeel dat aan voornoemd artikel kleeft, is dat steeds bewijs van deelneming aan een criminele organisatie geleverd dient te worden en dat bovendien moet worden aangetoond dat de betrokkene in zijn algemeenheid wist dat de betreffende criminele organisatie tot oogmerk had het plegen van (drugs)delicten. Dat is niet altijd eenvoudig, vaak wordt immers zelfstandig op grote schaal hennep gekweekt, waardoor bij gebrek aan een bewuste en nauwe samenwerking de enkele ondersteuning van de kweek niet leidt tot een criminele organisatie.

Voorts voorziet artikel 10a van de Opiumwet in de strafbaarstelling van voorbereidings- of bevorderingshandelingen met betrekking tot overtreding van de Opiumwet met middelen genoemd op lijst I (harddrugs). Indien voorbereidingshandelingen zien op overtredingen van de Opiumwet met middelen genoemd in lijst II (softdrugs), waaronder de illegale teelt van hennep, dan kan slechts strafrechtelijk worden opgetreden indien de handelingen plaatsvinden binnen een criminele organisatie. Ontbreekt de schakel van de criminele organisatie, dan valt de mogelijkheid om strafrechtelijk op te treden tevens weg.

Uitbreiding van de strafbaarstelling

Zoals hiervoor reeds vermeld, heeft het wetsvoorstel tot doel handelingen ter voorbereiding of bevordering van illegale hennepteelt en uitvoer van grote hoeveelheden als zelfstandig delict op te nemen in de Opiumwet. De verruiming van de strafbaarstelling wordt in die zin belichaamd, dat strafbaarheid ontstaat doordat de betrokkene weet dat een en ander bestemd is om overtredingen van artikel 11 lid 3 of lid 5 van de Opiumwet te plegen, maar ook in gevallen waarin de betrokkene ernstige redenen heeft om zulks te vermoeden. De strafbare opzet wordt nu uitgebreid met het schuld-element. Het kabinet heeft het wenselijk geacht dat ook in gevallen van verwijtbare of wellicht gefingeerde naïviteit strafrechtelijk kan worden opgetreden. In concrete zin: Indien de dader redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn handelen strekte tot voorbereiding of vergemakkelijking van grootschalige hennepteelt, zou deze op grond van het voorgestelde nieuwe artikel 11a Opiumwet strafbaar zijn.

De strafbedreiging van de voorbereidingshandelingen is niet mals. Zij die hennepteelt voorbereiden of vergemakkelijken kunnen een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie (ten hoogste € 76.000,00) opgelegd krijgen, althans zo luidt het voorstel. Of het daadwerkelijk zover zal komen, zal de toekomst ons leren, het wetsvoorstel is thans in behandeling bij de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel kunt u hier vinden, de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel vindt u hier.

Mr. B.J. de Jong, sectie Strafrecht