Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel inzake herziening Successiewet (III)
November 2009 Ter afronding van de laatste ontwikkelingen over het wetsvoorstel inzake de Successiewet (31930) volgen hieronder nog enkele mededelingen van de staatssecretaris van FinanciĆ«n.- Volgens het wetsvoorstel is bij een schuldigerkenning uit vrijgevigheid artikel 10 SW niet van toepassing indien de schuldenaar jaarlijks daadwerkelijk rente betaalt. Als om wat voor reden dan ook de rente over een of meerdere jaren niet is betaald, is het mogelijk dat de rente achteraf wordt betaald. In dat geval moet niet alleen de gemiste rentebetaling worden ingehaald, maar moet ook een samengestelde rente daarover worden betaald. De rekenrente daarbij is 6% voor gevallen van ná 1 januari 2010. Voor gevallen van vóór die datum mag worden gerekend met een zakelijke rente die in de schenkingsakte staat.
- Ten aanzien van de wederzijdse zorgverplichting in een notarieel samenlevingscontract (artikel 1a SW) wil de staatssecretaris niet verder dan nodig is mengen in de vrijheid die de partners hebben bij de inrichting van de samenlevingsovereenkomst. Hij wil dan ook geen strikte voorschriften geven over de verhouding waarin de kosten van de huishouding worden gedragen door de partners. Men kan dus afwijken van de standaardformulering dat ieder naar vermogen bijdraagt. Wel moet er iets omtrent de wederzijdse zorgplicht in het contract zijn opgenomen. De staatssecretaris acht het zeer waarschijnlijk dat in de samenlevingsovereenkomst een clausule is opgenomen. Binnen het notariaat wordt gebruik gemaakt van een model samenlevingscontract met voorbeelden en keuzemogelijkheden.
- Op grond van artikel 1 lid 3 SW heeft ook bij een legaat tegen inbreng van de waarde de rentevaststelling over de inbrengschuld gevolgen voor de erfbelasting indien daartoe een bevoegdheid in het testament is opgenomen en de rente binnen de aangiftetermijn is vastgesteld. Voor deze termijn is gekozen omdat het voor de Belastingdienst noodzakelijk is om bij het doen van de aangifte te weten waaruit de omvang van de verkrijgers bestaat. Daarbij moet de keuze voor het legaat zijn uitgebracht en de rente zijn overeengekomen. Het is dus niet noodzakelijk dat het legaat binnen de aangiftetermijn is afgegeven.
- Er is geen sprake van een schenking als echtgenoten hun huwelijkse voorwaarden zo wijzigen dat tussen hen een algehele gemeenschap van goederen geldt met uitzondering van bijvoorbeeld geërfd vermogen. De vermogensverschuiving is voor de niet-uitgezonderde goederen dan nog niet voltooid zoals bedoeld in HR 28 januari 1959, BNB 1959/122.
- Leningen in de familiesfeer met een normale afgesproken looptijd mogen een gewone zakelijke rente dragen. Dan is er geen sprake van een schenking. Alleen voor leningen die direct opeisbaar zijn, geldt per 1 januari 2010 een ander regime (artikel 15 SW).
- Er komt een goedkeuring voor nalatenschappen die vóór 1 januari 1993 zijn opengevallen waarbij is overeengekomen dat over een niet-opeisbare schuld een enkelvoudige rente is verschuldigd die is gebaseerd op 6% samengesteld. Als de betreffende schuldenaar overlijdt na de statistische levensverwachting mag worden gedaan alsof een samengestelde rente van 6% was overeengekomen zodat een hogere rente kan worden afgetrokken.
Brief ministerie van Financiën 22 oktober 2009, nr DB/2009/618 U en TK 31930, nrs 76 en 81
