Rookverbod kleine horeca toch geldig?

Januari 2010 Sinds de gewijzigde Tabakswet hoeven werknemers op hun werk geen last meer te hebben van rokende klanten, collega’s of andere personen. Vanaf 1 juli 2008 moeten werkgevers in de sectoren horeca, sport en kunst & cultuur er namelijk voor zorgen dat hun werknemers een rookvrije werkplek hebben. De Tabakswet zegt in artikel 11a eerste lid namelijk dat werkgevers verplicht zijn ”zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.”

Met het "Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten" heeft de wetgever nadere uitwerking gegeven van de Tabakswet. Daaruit volgt, kort gezegd, dat degene die het beheer over een horeca-inrichting heeft verplicht is om in de voor het publiek toegankelijke delen een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven. De wet noch het besluit maakt daarbij onderscheid naar omvang van de horeca-inrichting.  

Op 12 mei 2009 stonden bij de economische kamer van Gerechtshof 's-Hertogenbosch de uitbaters van het Bredase café Victoria terecht voor een overtreding van de regelgeving. Het Gerechtshof oordeelde in deze strafzaak toen dat er geen deugdelijke wettelijke grondslag bestaat die verplicht tot het instellen, aanduiden en handhaven van een dergelijk verbod in de kleine horeca. De daartoe opgestelde artikelen in de Tabakwet laten volgens het Bossche Hof geen rookverbod voor horeca zonder personeel toe. In eerdere instantie kwam de rechtbank Breda, zij het vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel, ook al tot vrijspraak van de uitbaters. Niet lang daarna sprak het Gerechtshof Leeuwarden de eigenaars van de Groningse kroeg de Kachel ook vrij van overtreding van het rookverbod, zulks onder dezelfde motivering als het Bossche Hof.

Het Openbaar Ministerie heeft tegen de arresten van beide Gerechtshoven beroep in cassatie aangetekend. Op 5 januari 2010 heeft mr. Vegter, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, zijn advies over deze zaken uitgebracht aan het rechtscollege. Hieruit valt af te leiden dat het rookverbod wel degelijk ook geldt voor kleine horecagelegenheden zonder personeel. Op grond van de wettekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de Tabakswet concludeert de advocaat-generaal dat deze wet wel als wettelijke grondslag kan dienen voor het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod in kleine horecagelegenheden zonder personeel. In zijn conclusie adviseert de advocaat-generaal de Hoge Raad daarom de bestreden uitspraken te vernietigen, zodat deze zaken nogmaals in hoger beroep behandeld kunnen worden. De zaken zijn nu door de Hoge Raad voor uitspraak verwezen naar (in beginsel) de rol van 30 maart 2010.

Bron: LJN: BK8211, Hoge Raad , CPG 09/02289 E