Rijbewijs ingevorderd: wat nu?

December 2011 Eenieder kan het meemaken; even een moment van onoplettendheid, net wat te hard gereden of met een glaasje teveel op achter het stuur. Wanneer men het geluk heeft dat er niets onherstelbaars is voorgevallen, kan er toch nog uit andere hoek pijn worden ondervonden: uw rijbewijs wordt ingenomen.

Basis tot invordering

Wat kan men op dat moment hiertegen doen en wat zijn de regels eigenlijk? De praktijk leert dat men er  wel "iets" van weet maar vaak is dit het welbekende spreekwoordelijke "klok en klepel" verhaal. Hoe zit het nu werkelijk?

Op het moment dat iemand bijvoorbeeld een snelheidsovertreding begaat waarbij de overschrijding van de toegestane snelheid meer dan 50 kilometer per uur bedraagt wordt het rijbewijs (bij staande houding) direct ingenomen. Men krijgt van de ambtenaar in kwestie een ontvangstbewijs. Let erop dat u dit ontvangstbewijs ook daadwerkelijk krijgt en indien dit niet het geval is: vraag er dan uitdrukkelijk om.

Op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 (WvW 1994) kan het rijbewijs dan dus worden ingevorderd. Dit artikel noemt in het tweede lid de gevallen aan waarvoor het rijbewijs zal worden ingevorderd.

Op het moment dat het rijbewijs wordt ingenomen gaat er een termijn lopen. Deze termijn is 10 dagen vanaf de dag dat het rijbewijs wordt ingevorderd. Binnen die termijn heeft de officier van Justitie de bevoegdheid het rijbewijs (voorlopig in afwachting van de strafrechtelijke afdoening van de overtreding) terug te geven.

Op dit moment zijn er twee mogelijke scenario's:

1.  de officier van Justitie maakt binnen die termijn van 10 dagen geen gebruik van zijn bevoegdheid het rijbewijs terg te geven en deelt ook niet mede dat hij het rijbewijs langer zal inhouden. Op dat moment dient hij het rijbewijs onverwijld terug te geven aan de houder (artikel 164 lid 6 en 4 WvW 1994). 

2.  de officier van justitie geeft binnen de termijn van 10 dagen schriftelijk zijn/haar beslissing dat het rijbewijs (voorlopig) 6 maanden zal worden  ingehouden. Deze termijn van 6 maanden heeft te maken met het bepaalde in artikel 164 lid 6 WvW 1994 dat zegt dat het rijbewijs in elk geval wordt teruggegeven, indien het onderzoek ter terechtzitting (de behandeling van de overtreding door de rechtbank) niet binnen 6 maanden heeft plaatsgevonden.

Wat kan men zelf doen?

Binnen de 10-dagentermijn

Binnen de hierboven genoemde termijn van 10 dagen kan men proberen de beslissing van de officier van justitie te beïnvloeden. Dat kan men doen door:

a.  Zelf een brief te schrijven aan de officier van justitie, waarin met uitlegt waarom men het rijbewijs (bijvoorbeeld in verband met arbeidsverplichtingen) niet kan missen. Men kan dan proberen de officier hiermee te bewegen van zijn bevoegdheid tot teruggave gebruik te maken.

b.  Een klaagschrift indienen bij de Rechtbank in het arrondissement waar het rijbewijs is ingevorderd. De rechtbank zal dat op korte termijn (in Den Bosch bijvoorbeeld altijd op een vrijdag, vaak binnen twee weken na indiening van het klaagschrift) een zitting houden waar men dient te verschijnen en zijn/haar verzoek tot teruggave kan toelichten. De rechtbank beslist vaak nog diezelfde dag, soms zelfs direct op die zitting.

Let op: op deze zitting wordt niet geoordeeld over de overtreding welke aan de invordering ten grondslag lag; dit zal later nog door een andere rechter worden behandeld.

Bij deze twee mogelijkheden dient te worden opgemerkt dat men ook combinaties kan toepassen, dan wel er vanuit strategisch oogpunt voor kan kiezen even niets te doen en de termijn van tien dagen af te wachten.

Afwachten; geen slapende honden wakker maken:
Het werk van de officier van justitie is natuurlijk mensenwerk en het komt regelmatig voor dat (vanwege de drukte of anderszins) de beslissing over het rijbewijs niet wordt genomen of vergeten. De termijn van 10 dagen verstrijkt dan en dan moet het rijbewijs volgens de Wet worden teruggeven. Dat laat overigens onverlet de mogelijkheid van de rechter om later, bij de behandeling van de overtreding, alsnog een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. 

Brief schrijven en tegelijkertijd klaagschrift indienen:

Hoewel dit uiteraard een mogelijkheid is lijkt het wat 'overdone'. Immers geeft men de officier van justitie in dat geval eigenlijk geen kans in te gaan op de argumenten uit de brief.

Klaagschrift direct indienen, zonder de termijn van 10 dagen af te wachten:

Dit is een van de betere opties: immers kan men in het klaagschrift uiteenzetten dat omwille van de tijdsdruk (men heeft het rijbewijs dringend nodig) ervoor gekozen is het klaagschrift alvast in te dienen.

In dit laatste geval krijgt de officier het klaagschrift met uw argumenten (net als bij een brief) al onder ogen binnen de termijn van 10 dagen en weet hij/zij ook dat er al een datum voor behandeling bij de rechtbank is vastgesteld. Indien de argumenten naar het oordeel van de officier van justitie 'hout snijden' kan hij/zij, omwille van het niet onnodig belasten van kostbare zittingstijd en ruimte, ervoor kiezen het rijbewijs terug te geven. Men dient dan wel nog het klaagschrift in te trekken, zodat de Rechtbank de ruimte en tijd aan een andere zaak kan besteden.

Klaagschrift: bij akte!

Een klaagschrift behoort bij akte te worden ingediend. Men dient hiervoor het klaagschrift op de griffie van de Rechtbank in te dienen. De griffiemedewerker maakt een akte op ter ondertekening door de griffier en de klager. Let op: zonder akte is de zaak niet bekend bij de rechtbank en zal er geen behandeling worden gepland! Men kan uiteraard zelf een klaagschrift indienen en een akte laten opmaken bij de griffie. Het verdiend echter aanbeveling zulks via een advocaat te doen, zodat zowel de inhoud van het klaagschrift als de akte op basis van juridische ervaring kunnen worden getoetst.

Bij snel handelen is het  in dat geval hypothetisch mogelijk dat een klaagschrift tegen een op donderdag ingevorderd rijbewijs reeds op de vrijdag in de week erop al door de rechtbank wordt behandeld.

Mr. C.A.D. Oomes, sectie Strafrecht