Ontslag wegens diefstal van een pakje shag
Februari 2010 Gerechtelijke procedures over ontslag wegens diefstal of verduistering op het werk lijken de laatste tijd erg in trek. Op 3 februari 2010 deed de kantonrechter te Heerenveen uitspraak in een door de werknemer aanhangig gemaakt kort geding naar aanleiding van het ontslag op staande voet dat hij had gekregen van zijn werkgever nadat hij een pakje shag had ontvreemd.De werknemer vond in de rokersruimte een pakje shag en nam dat mee, zonder dat hij daar naar eigen zeggen bij stil stond. De werkgever vermoedde dat dit niet de eerste keer was dat die werknemer aan pakje shag dat niet aan hem toebehoorde bij zich had gestoken. Hij werd inmiddels dan ook in de gaten gehouden en werd vervolgens betrapt toen hij weer een pakje shag van een ander zonder diens toestemming meenam. De werknemer geeft vervolgens, daarop aangesproken, toe dat hij dit inderdaad vaker heeft gedaan zonder dat hij ooit geprobeerd heeft de shag terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. In het daarop volgende gesprek met zijn werkgever is hij op staande voet ontslagen.
De kantonrechter ziet in het ontslag op staande voet in dit geval een passende maatregel. Uit hetgeen de werknemer zelf heeft verklaard is af te leiden dat hij wist dat zijn gedrag niet toelaatbaar was. Daarenboven was de werknemer op de hoogte van het reglement van de werkgever waarin, kort gezegd, is opgenomen dat diefstal kan leiden tot een ontslag staande voet. De kantonrechter stelt voorts kennelijk geen belang in het verweer van de werknemer dat de pakjes shag van betrekkelijk geringe waarde zijn. De kort gedingrechter laat het ontslag op staande voet dan ook in stand. De werkgever had geen lichtere maatregel hoeven te treffen.
De werkgever had, ter beperking van een eventuele nabetalingsverplichting van loon ingeval het ontslag op staande voet geen stand zou houden, bij de kantonrechter ook een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Het ontbindingsverzoek werd gelijktijdig met het kort geding behandeld. De kantonrechter oordeelde ook in de ontbindingsprocedure onder min of meer dezelfde verwijten nadelig voor de werknemer. Hij ontbindt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang zonder dat hij daarbij de werknemer enige vergoeding toekent. De kantonrechter was met de werkgever van mening dat de ontstane ernstige vertrouwensbreuk aan de werknemer was te wijten.
Bron: Rechtbank Leeuwarden
LJN: BL2328 (kort geding) en LJN: BL2315 (ontbindingszaak)
