Nieuwe EU-verordening grensoverschrijdende arbeid
Mei 2010 Binnen de Europese Unie (“EU”) bestaan al jaren regels die moeten zorgen voor een betere verbinding tussen de socialezekerheidsstelsels van de onderscheidenlijke lidstaten, zonder dat deze regels de eigen kenmerken van de socialezekerheidsstelsels zonder meer opzij zetten. Die regels zijn opgenomen in Verordening (EEG) nr. 1408/71. Door diverse wijzigingen in de loop der tijd is deze verordening echter erg lang en ingewikkeld geworden. De lidstaten hebben zich dat gerealiseerd en hebben de handen ineengeslagen voor een oplossing. Het resultaat is dat de oude verordening per 1 mei 2010 plaats maakt voor een nieuwe en eenvoudiger (basis)verordening, “Verordening (EG) 883/2004”. Op dezelfde dag is ook de toepassingsverordening (EG) 987/2009 van kracht geworden. Minister Donner betitelde de verordening als een “zeer waardevolle verduidelijking”.Voor wie
De nieuwe Verordening (EG) 883/2004 geldt vanaf 1 mei 2010 voor werknemers, zelfstandigen en niet-actieve personen die vallen onder de sociale zekerheidswetgeving van één of meer Lidstaten. Voor werknemers die al onder de oude verordening vallen verandert er voorlopig niets als hun situatie ongewijzigd blijft. Op dit moment heeft te gelden dat een overgangstermijn van tien jaar van toepassing is voordat in die situaties de nieuwe verordening in werking treedt.
Hoofdlijnen
Verordening (EG) 883/2004 heeft tot doel om het de EU-onderdanen eenvoudiger te maken om elders in de Europese Unie terecht te kunnen, zonder dat zij zich bezorgd hoeven maken over hun inmiddels opgebouwde sociale zekerheidsrechten. De nieuwe regeling voorkomt onder meer dat iemand bij vertrek naar een andere EU-Lidstaat zijn sociale zekerheidsrechten kwijtraakt of dat hij onder geen enkel sociale zekerheidsstelsel valt. Andersom beschermt de regeling de mensen ertegen dat zij dubbel "sociaal" verzekerd zijn en dubbele premie moeten betalen. Dit zou een gunstig effect kunnen hebben op het vrije verkeer van werknemers.
Verordening (EG) 883/2004 kent vier pijlers:
(1) gelijke behandeling tussen onderdanen van de lidstaten
(2) aanwijzing van de toepasselijke wetgeving
(3) samentelling van tijdvakken die in verschillende lidstaten zijn opgebouwd
(4) export van uitkeringen naar andere lidstaten.
De aanwijsregels lijken de belangrijkste bepalingen in de nieuwe verordening omdat ze de kern van de problematiek lijken te raken. Deze regels zijn namelijk geschreven voor uiteenlopende situaties waarin sprake is van een grensoverschrijdende situatie en bepalen welk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Het uitgangspunt daarin is het werklandbeginsel. De werknemer die in de ene EU-lidstaat woont en in de andere werkt valt onder het socialezekerheidsstelsel van het werkland. Uitzondering hierop is bijvoorbeeld internationale detachering, in welk geval de wetgeving van het land van waaruit de werknemer wordt uitgezonden van toepassing blijft als aan alle voorwaarden is voldaan. De wetgeving van het woonland is ook van toepassing als een persoon voor dezelfde werkgever in twee landen werkt, waarvan een substantieel gedeelte in zijn woonland óf als die persoon (afwisselend of gelijktijdig) voor twee werkgevers in verschillende lidstaten werkt. De regels hieromtrent zijn vele malen overzichtelijker en eenvoudiger geworden dan ten opzichte van de oude verordening.
Bijstand
De nieuwe Verordening (EG) 883/2004 heeft overigens geen invloed op het recht op bijstand zoals bedoeld in de Wet werk en bijstand ("WWB"). Het uitkeringsrecht ingevolge de WWB wordt bepaald door de verblijfsduur. Teneinde misbruik van de wetgeving te voorkomen zijn lidstaten niet verplicht om de eerste drie maanden van het verblijf aan de belanghebbende een bijstandsuitkering toe te kennen. Één en ander is ook van toepassing op EU-onderdanen die als werkzoekende naar een andere lidstaat gaan en nog geen werk hebben gevonden, ook niet bij een verblijf van langer dan drie maanden. EU-onderdanen die langer in Nederland verblijven hebben in beginsel recht op bijstand ingevolgde WWB, maar een beroep op bijstand kan wel gevolgen hebben voor het verblijfsrecht. Daardoor dient elk geval afzonderlijk te worden bekeken of beëindiging van het verblijfsrecht een evenredig middel is. indien de belanghebbende langer dat vijf jaar in Nederland verblijft, dan kan een beroep op bijstand geen gevolgen meer hebben voor het verblijfsrecht.
Toelichting
De commissie Verzekeringsaangelegenheden (bestaande uit Nederlandse uitvoeringsinstanties, de Belastingdienst en ministers) heeft over de verordening een toelichting geschreven. De volledige tekst van die toelichting is te lezen op de website van het UWV (persberichten).
Voor meer concrete vragen en/of ondersteuning kunt u terecht bij mr. R.L.J.J. Vereijken, specialist op het gebied van arbeids- en sociale zekerheidsrecht. U kunt hem telefonisch benaderen op telefoonnummer (040) 2679999 of e-mailen op info@custos.nl.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
