Nieuwe antwoorden inzake wetsvoorstel wettelijke gemeenschap van goederen

November 2009 De minister van Justitie heeft antwoord gegeven op nieuwe vragen die de Eerste Kamer heeft gesteld inzake het wetsvoorstel tot aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen.

Uitsluitingsclausule kan een bredere werking hebben ná verdeling van een nalatenschap

De Eerste Kamer heeft gevraagd hoe een uitsluitingsclausule uitpakt ná een verdeling van een nalatenschap. Stel een man (gehuwd in gemeenschap van goederen met een vrouw) heeft samen met drie zussen een woning van € 1 mln onder een uitsluitingsclausule geërfd. Vervolgens wordt het huis toegedeeld aan de man. Voor het bedrag van de overbedeling (€ 750.000) sluit hij samen met zijn vrouw een lening af bij de bank. Is het huis nu: 1. 100% privé van de man; 2. 25% privé en 75% gemeenschappelijk; of 3. 100% gemeenschappelijk? Volgens de minister kan men hier aarzelen over het antwoord, maar naar zijn mening kan voor het recht van vóór 1992 worden aangenomen dat het huis 100% privé is van de man (HR 11 mei 1984, NJ 1985, 527 en HR 27 februari 1987, NJ 1988, 35). Naar zijn oordeel geldt dit ook voor het huidige recht (in dezelfde zin Asser-Perrick 3-IV (2007), nr 103)

Er komt een regeling opdat géén overdrachtsbelasting is verschuldigd door beleggingsleer

Krachtens de beleggingsleer kan een echtgenoot participeren in de waardeontwikkeling van een goed dat door de andere echtgenoot is aangeschaft. Als het een onroerende zaak betreft kan sprake zijn van een economische eigendomsverkrijging ex artikel 2 lid 2 WBR. De staatssecretaris van Financiën zal zorg dragen voor een regeling waardoor er geen overdrachtsbelasting wordt geheven over de verkrijging van de economische eigendom als gevolg van het ontstaan van een vergoedingsrecht krachtens artikel 1:87 leden 1-3 BW

In beginsel zijn beide echtgenoten bestuursbevoegd over gemeenschappelijke erfenis of gift

Naar huidig recht vallen erfenissen en giften onder het bestuur van de echtgenoot die de betreffende erfenis of gift heeft ontvangen. Volgens de voorgestelde bestuursregeling van artikel 1:97 BW zullen beide echtgenoten afzonderlijk bestuursbevoegd zijn als ter zake van de erfenis of de gift geen uitsluitingsclausule van toepassing is. De minister is van mening dat bestuursoverschrijdingen niet snel te vrezen zijn als de verhouding tussen de echtgenoten goed is. Als de huwelijksgemeenschap is ontbonden door echtscheiding zal de erfenis of de gift onder gezamenlijk bestuur van beide echtgenoten staan op grond van artikel 3:170 lid 3 BW. Wel merkt de minister op dat het bij een aanvaarding of verwerping van de nalatenschap gaat om een hoogstpersoonlijke bevoegdheid zodat deze wegens bijzondere verknochtheid slechts kan worden uitgeoefend door de betreffende erfgenaam. Overigens sluit de minister niet uit dat onder omstandigheden een erfenis verknocht is aan de erfgenaam zodanig dat de bestuursbevoegdheid en dus de bevoegdheid om mee te werken aan een verdeling buiten de gemeenschap valt.

EK 28867, nr E