Nieuw stelsel griffierechten per 1 november 2010
November 2010 Griffierecht is de vergoeding die partijen in een procedure verschuldigd zijn aan de gerechtelijke instantie. Per 1 november 2010 is het griffierechtstelsel ingrijpend gewijzigd. De Wet Tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) is vervangen door de nieuwe Wet griffierechten in burgerlijke zaken (Wgbz). Doel is vereenvoudiging van- en het vergroten van transparantie van het griffierechtenstelsel voor civiele zaken. Het oude griffierechtenstelsel in burgerlijke zaken kende een grote diversiteit aan tarieven en werd mede hierdoor ervaren als te ingewikkeld, niet transparant en tijdsrovend. De nieuwe wet betreft net als de oude wet alleen burgerlijke zaken en heeft zowel voor belanghebbenden als voor hun advocaten nogal wat gevolgen. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen op een rijtje gezet.De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de oude regeling zijn onder meer:
1) Vaste tarieven per zaakscategorie
De vaststelling van vaste tarieven voor bepaalde zaakscategorieën in plaats van de berekening van het griffierecht als percentage van de vordering of het verzoek (percentageregeling): de nieuwe regeling maakt het nu voor burgers, rechtshulpverleners alsook voor de griffies van de rechtbanken transparanter, makkelijker en overzichtelijker.
2) Vast laag tarief voor lage inkomens
De invoering van een vast laag tarief voor personen met weinig financiële middelen: als u een laag inkomen heeft, kunt u in aanmerking komen voor het tarief voor on- en minvermogenden. U moet dit wel aangeven vóór het indienen van het verzoekschrift of dagvaarding. Als u op basis van toevoeging wordt bijgestaan door een advocaat, dan wordt de vermindering van het griffierecht voor u geregeld. Heeft u geen advocaat of andere rechtsbijstandverlener, dan kunt u een verzoek indienen bij het gerecht waar de zaak zal worden behandeld. Uw verzoek wordt gelijktijdig ingediend met een inkomensverklaring, die u kunt aanvragen bij de Raad voor de Rechtsbijstand. Per 1 november geldt er een vast laag tarief voor on- en minvermogenden van € 70,- bij de kantonrechter en rechtbank sector civiel, € 280,- bij het gerechtshof en € 290,- bij de Hoge Raad.
3) Inning griffierecht
De introductie in het griffierechtenstelsel van het uitgangspunt dat inning van het griffierecht aan het begin van de procedure zal plaatsvinden voordat de procedure inhoudelijk een aanvangt neemt.
4) Vermindering werklast
Vermindering werklast van de financiële administratie: het incasseren van griffierechten vergt veel inspanning en behoort nu met de invoering van het nieuwe stelsel tot het verleden.
Hoogte griffierecht
De hoogte van het griffierecht is van een aantal factoren afhankelijk. Per situatie wordt beoordeeld hoe hoog het verschuldigde griffierecht is. Daarbij worden maximaal drie categorieën gehanteerd: griffierecht voor natuurlijke personen, griffierecht voor mensen met een laag inkomen (on- en minvermogenden) en griffierecht voor rechtspersonen. Klik hier voor een overzicht van het griffierecht en de hoogte hiervan.
De nieuwe vaste tarieven zijn met ingang van 1 november 2010 van kracht op dagvaardingszaken waarvan de eerste roldatum op of na 1 november 2010 is gelegen. Voor verzoekschriften geldt het nieuwe griffierecht indien het verzoekschrift wordt ingediend op of na 1 november 2010.
Heffing en incasso
In het oude griffierechtenstelsel was niet vastgelegd binnen welke termijn griffierecht moest worden betaald. Daar is nu verandering in gekomen. Vanaf 1 januari 2011 is griffierecht verschuldigd aan het begin van de juridische procedure. Binnen 28 dagen nadat de zaak is aangebracht bij de gerechtelijke instantie moeten de griffierechten worden betaald. Indien dit niet tijdig gebeurt, kan dit gevolgen hebben voor de procedure.
In een dagvaardingsprocedure zal door de rechter ontslag van instantie worden gegeven aan de eiser en kan de eisende partij in de kosten van de gedaagde partij worden veroordeeld. Als de gedaagde partij zijn griffierecht niet tijdig voldoet, zal de rechter verstek verlenen tegen de gedaagde.
In een verzoekschriftprocedure zal de rechter de verzoeker, die niet tijdig heeft betaald, niet-ontvankelijk verklaren. Als de verweerder niet tijdig betaalt, kan de rechter bepalen dat het verweerschrift niet in behandeling wordt genomen.
Deze werkwijze geldt voor dagvaardingen die worden betekend op of na 1 januari 2011 en voor verzoekschriften ingediend op of na 1 januari 2011.
De wetswijziging is opgenomen in Staatsblad 715 van 28 oktober 2010. Voor raadpleging van de volledige tekst kunt u hier klikken.
