Inspanningsplicht voor vinden van ander werk van belang bij vaststelling hoogte vergoeding kennelijk onredelijk ontslag
September 2010 Uit een recente uitspraak betreffende kennelijk onredelijk ontslag blijkt dat de kantonrechter ’s-Hertogenbosch bij de bepaling van de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag rekening houdt met de schadebeperkingsplicht van de zijde van de werknemer.De kantonrechter liet namelijk in dit geval een deel van het inkomensverlies van deze werkneemster - een kapster in een verzorgingstehuis die deze dienst niet langer wilde aanbieden - voor rekening van die werkneemster komen, omdat hij van oordeel was dat de werkneemster zich onvoldoende had ingespannen om elders inkomen te verwerven.
De rechter vindt het ontslag kennelijk onredelijk omdat de werkgever geen rekening hield met de belangen van werkneemster, die al sinds 1980 in dienst was, en werkgever niet duidelijk kon maken waarom de kapster in loondienst niet op een kostendekkende wijze voor hem werkzaam kan zijn zoals de freelancers waarvoor kennelijk wel ruimte zou zijn.
Bij de vaststelling van de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag nam de kantonrechter alle gebruikelijke toetsingsmaatstaven in acht (zoals lengte dienstverband, leeftijd van werkneemster, kansen op de arbeidsmarkt, inspanningen van werkgever voor het vinden van passende alternatieven), maar tegelijkertijd wees hij werkneemster op haar plicht om zich in te spannen om elders inkomen te verwerven. In dat kader bepaalde de kantonrechter dat werkgever niet het gehele (door werkneemster gevorderde) inkomensverlies tot de 60e verjaardag hoeft te dragen (een bedrag groot € 102.207,00) maar schat dat dit inkomensverlies, rekening houdend met de inspanningsverplichting van werkneemster, op circa 25%, en kent werkneemster een vergoeding toe van € 25.000,00.
Bron: Rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton (LJ-nummer: BN3095)
