Geen kwijtschelding schuld uit hoofde van Nationale Hypotheek Garantie
Juli 2009 X heeft in 2003 een lening van € 216.000 afgesloten voor de aankoop van een woning. In verband met deze hypotheeklening heeft de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (SWEW) een hypotheekgarantie verstrekt. Wegens betalingsproblemen bij X is de bank in 2006 overgegaan tot gedwongen verkoop van de woning. Omdat de executieopbrengst onvoldoende was om de hypotheeklening volledig af te lossen, heeft de SWEW het tekort aan de bank vergoed.Vervolgens deelt de SWEW aan X mede dat zij haar regresvordering op X niet zal kwijtschelden gelet op artikel A3 Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2003. Hierin staat vermeld dat de SWEW in beginsel bereid is de regresvordering ter zake van de betaling aan de hypotheekhouder niet bij de geldnemer in te vorderen, mits:
1. de geldnemer ten aanzien van het niet kunnen betalen van de lening te goeder trouw is geweest, en
2. de geldnemer zijn volledige medewerking heeft verleend om tot een zo goed mogelijke terugbetaling van de lening te geraken.
Volgens de SWEW is niet aan voormelde voorwaarden voor kwijtschelding van de schuld voldaan omdat X niet heeft aangetoond dat hij werkloos is geworden. Verder stelt de SWEW dat X het niet tot een veiling van de woning had moeten laten komen. X had in zijn contact met de bank vanaf april 2006, toen hij kennelijk een makelaar had ingeschakeld voor de onderhandse verkoop van de woning, moeten benadrukken dat hij zich inspande om de woning te verkopen zodat de bank zou hebben afgezien van het inzetten van de veiling. Ook is het vreemd dat een bod van € 200.000 niet heeft geleid tot onderhandse verkoop.
Naar het oordeel van de Rechtbank moet de beslissing van de SWEW om haar vordering op X niet kwijt te schelden, worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Tussen partijen is niet in geschil dat X aan SWEW wegens de afwikkeling van de verstrekte hypotheekgarantie ruim € 45.000 is verschuldigd. In dit geding moet worden beoordeeld of SWEW in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de schuld van X niet kwijt te schelden. De Rechtbank stelt daarbij voorop dat het gelet op voormelde voorwaarden aan X is om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de schuld is voldaan.
De Rechtbank heeft de stelling van SWEW dat geen sprake is van aangetoonde werkloosheid in combinatie met onderhandse verkoop van de woning aldus begrepen dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat X zijn volledige medewerking heeft verleend om tot een zo goed mogelijke terugbetaling van de lening te geraken. De Rechtbank is van oordeel dat SWEW zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen en overweegt daartoe als volgt.
Naar het oordeel van de Rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat X in 2006 werkloos is geworden en om die reden in betalingsproblemen is geraakt. Verder heeft X niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoende heeft getracht te voorkomen dat de bank zou overgaan tot een gedwongen verkoop van de woning. De enkele inschakeling van een makelaar is daarvoor onvoldoende. Daar komt bij dat het bod op de woning ondanks dat een makelaar was ingeschakeld niet heeft geleid tot een onderhandse verkoop van het huis.
Rb. Arnhem 6 april 2009, nr AWB 08/3718
