Eenzijdig intrekken leaseauto toegestaan?

Maart 2010 Onder omstandigheden kan het zijn toegestaan dat een werkgever een arbeidsvoorwaarde met gebruikmaking van een toepasselijk eenzijdig wijzigingsbeding wijzigt casu quo intrekt. Daarbij heeft de werkgever zijn eigen (bedrijfs)belang tot het eenzijdig wijzigen van de arbeidsvoorwaarde af te wegen tegen het individuele belang van de werknemer tot het behoud van zijn arbeidsvoorwaarde. In het hierna omschreven geval trok de werkgever aan het langste eind.

Werknemer was arbeidsdeskundige bij Cadans, de rechtsvoorganger van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ("UWV"). Ten gevolge van de fusie tussen de diverse oude bedrijfsverenigingen (Cadans, GAK etc.) trad de werknemer in dienst van het UWV. Bij Cadans had werknemer een arbeidsrechtelijke aanspraak op een dienstauto. Bij zijn nieuwe werkgever UWV geldt eveneens een dienstautoregeling. De nieuwe CAO die als gevolg van en na de overgang van onderneming tot stand kwam bepaalde dat alle collectieve regelingen van Cadans zouden vervallen. Daarvoor in de plaats heeft het UWV op last en onder dekking van de nieuwe CAO een nieuwe autoregeling opgesteld. In die regeling is een eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen. 

Op enig moment heeft de overheid het UWV opgedragen drastische bezuinigingsmaatregelen te treffen. Het UWV koos ervoor om als onderdeel van die maatregelen de aanspraak op een dienstauto te beperken tot slechts de buitendienstmedewerkers, derhalve een meer functiegerichte aanspraak en niet zozeer "gewoon" een arbeidsvoorwaarde. UWV wijzigde daarmee, gebruikmakend van het eenzijdig wijzigingsbeding, eenzijdig de autoregeling. De betreffende arbeidsdeskundige diende zijn dienstauto daarom in te leveren, zulks weliswaar onder de mogelijkheid om via een overgangsregeling om de auto van zijn werkgever over te nemen met een renteloze lening. 

Het eerste geschil tussen partijen, te weten over de toelaatbaarheid van de eenzijdige wijziging, werd door arbiters in het voordeel van het UWV beslecht.  De arbeidsdeskundige wendde zich daarna tot de kantonrechter ten overstaan van wie hij vorderde dat hij gedurende zijn hele dienstverband bij UWV aanspraak zou blijven houden op zijn dienstauto, dan wel dat hem in plaats daarvan een financiële compensatie zou worden toegewezen ter hoogte van de gebruikswaarde van de auto. De kantonrechter stuurt de arbeidsdeskundige onverrichter zake naar huis, in die zin dat hij de vordering van de werknemer afwees, waarna de arbeidsdeskundige een nieuwe poging waagt in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem. Ook bij het Arnhemse Hof haalt de arbeidsdeskundige bakzeil. Het Hof overweegt daarbij, kort gezegd, het volgende: 

  • de arbeidsdeskundige is aan de nieuwe autoregeling inclusief het eenzijdig wijzigingsbeding gebonden omdat het UWV die regeling op grond van de nieuwe CAO mocht opstellen;
  • de door de overheid opgelegde drastische bezuinigingen zijn een zodanig waarwegend belang dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het belang van de arbeidsdeskundige moet wijken;

Voormelde overgangsregeling is een "verzachtende" omstandigheid die het UWV naar het oordeel van het Hof in de kaart speelt. Bovendien overweegt het Arnhemse Hof dat een dergelijke dure autokostenregeling, die nota bene met publieke middelen wordt gefinancierd, niet past bij het imago van het UWV in deze tijden van bezuinigingen en ontslagen.

Bron: Gerechtshof Arnhem, LJN: BL1049