Dwangsom bij te laat beslissen door overheid
Januari 2011 In sommige gevallen hebben burgers recht op een financiƫle vergoeding als een overheidsorgaan zoals een gemeente of de belastingdienst te laat een besluit neemt op hun aanvraag (van bijvoorbeeld een subsidie of omgevingsvergunning) of een bezwaarschrift. Die vergoeding heeft de vorm van een dwangsom. Bovendien kunnen zij dan via de rechter afdwingen dat het overheidsorgaan alsnog een besluit neemt.Voor aanvragen en bezwaarschriften geldt een termijn waarbinnen de overheid een besluit moet nemen. Die termijn staat vaak genoemd in de wet die van toepassing is op het onderwerp waarop de aanvraag of het bezwaarschrift betrekking heeft. Bij aanvragen geldt bovendien dat een "redelijke termijn" wordt aangehouden als geen termijn in de wet is opgenoemd. De maatregelen die zijn opgenomen in de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen geven burgers mogelijkheden om trage besluitvorming van bestuursorganen tegen te gaan.
Voordat de burger aanspraak kan maken op de financiële vergoeding dient hij het overheidsorgaan eerst schriftelijk in gebreke te stellen en daarbij de overheid te wijzen op de tekortkoming. Als de overheid niet alsnog binnen twee weken een beslissing neemt dan ontstaat voor de burger van rechtswege een aanspraak op een dwangsom voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, dit voor een maximum van 42 dagen en een maximaal bedrag van € 1260,00.
Bovendien kan de burger dan een besluit afdwingen via de rechter zonder dat hij eerst bezwaar moet maken tegen het uitblijven van een besluit bij de overheidsinstantie waar de aanvraag of het bezwaarschrift in behandeling is. De rechtbank kan de overheid dwingen om alsnog binnen twee weken na de uitspraak te beslissen en zal aan die uitspraak een dwangsom verbinden die de overheid moet betalen als zij niet binnen de termijn van twee weken beslist.
Tot 1 oktober 2012 gelden enkele uitzonderingen op voorgaande mogelijkheden, namelijk ten aanzien van aanvragen en/of bezwaarschriften op grond van de Vreemdelingenwet 2000, een visum op grond van het Soeverein Besluit van 12 december 1813, een verklaring omtrent het gedrag op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en op grond van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.
Is de beslistermijn in voormelde gevallen overschreden en nam het bestuursorgaan binnen twee weken na ingebrekestelling niet alsnog een besluit, dan kan dat besluit wél via de rechter worden afgedwongen.
Het formulier ingebrekestelling kunt u hier downloaden.
