Antwoord op Kamervragen over derdengeldrekening en depositogarantiestelsel
December 2009 Naar aanleiding van recente gebeurtenissen zijn vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld over de invloed van het depositogarantiestelsel op de derdengeldrekening van de notaris. Thans heeft de minister van Financiƫn antwoord gegeven op de vragen die zijn gesteld.
Wat gebeurt er als de bank failliet gaat waar een notaris een derdengeldenrekening heeft?
Volgens de minister valt de derdengeldrekening van een notaris onder het garantiestelsel op grond van artikel 19 onderdeel c van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft. De Nederlandse Bank (DNB) heeft dit artikel bij het bepalen van haar beleid in overleg met het ministerie van Financiën als volgt uitgewerkt. Elke derde die geld heeft staan op een bijzondere rekening is gerechtigd tot een vergoeding van maximaal € 100.000 indien cumulatief aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
- de rekeninghouder - in dit geval de notaris - houdt ten behoeve van deze derde een deposito aan op grond van vóór de betalingsonmacht bestaande wettelijke of contractuele bepalingen die gelden in de relatie tussen rekeninghouder en derde;
- de bank is bekend met de identiteit van de derde, tenzij sprake is van een door de rekeninghouder gevoerde professionele administratie (in dergelijke gevallen volstaat dat de bank bekend is met het feit dat er een derde in het spel is), en
- DNB kan de identiteit en de hoogte van de aanspraak van de derde vaststellen aan de hand van voor het moment van de vaststelling van betalingsonmacht bestaande informatie. In de praktijk van het notariaat zal doorgaans aan deze drie voorwaarden zijn voldaan.
Is een notaris aansprakelijk indien een cliënt zijn geld niet volledig krijgt terugbetaald?
Volgens de minister is in artikel 25 lid 3 Wna opgenomen dat een notaris verplicht is een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen en dat hij wat dat betreft aansprakelijk is tenzij hij aannemelijk maakt dat hem voor het ontstaan van het tekort geen verwijt treft. In het algemeen treft een notaris geen verwijt als hij de gedraging niet zelf heeft verricht of deze niet binnen zijn invloedssfeer valt, waarvan bijvoorbeeld sprake is als de bank waarbij de bijzondere rekening wordt aangehouden failliet gaat. Slechts in bijzondere gevallen is denkbaar dat een notaris kan worden aangesproken ingeval een bank in financiële moeilijkheden raakt en de tegoeden op de bijzondere rekening in gevaar komen. Hypothetisch kan hier sprake van zijn als langere tijd bekend is dat een bank in financiële moeilijkheden verkeert en de notaris daardoor de mogelijkheid heeft gehad de gelden op de bijzondere rekening over te boeken naar een andere bank.
Als de cliënt zijn geld deels niet terugkrijgt, heeft de borging van derdengelden dan nog effect?
Volgens de minister biedt de derdengeldenrekening nog wel bescherming als een notaris failliet gaat. De bescherming via het depositogarantiestelsel geldt bij een faillissement van de bank. Op grond van de wet is de bescherming evenwel gemaximeerd tot € 100.000. De minister is in overleg met de staatssecretaris van Justitie om eventuele knelpunten verder te onderzoeken en waar nodig voorstellen te ontwikkelen voor oplossingsrichtingen.
Ministerie van Financiën 17 december 2009, nr FM/ 09/3579 U
