Akkoord AOW dichtbij

Mei 2010 Het lijkt erop dat de regeringspartijen nog voor de verkiezingen de kogel door de kerk willen hebben ten aanzien van de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd. Het ziet ernaar uit dat werknemers in de toekomst toch langer zullen moeten werken voordat ze hun werkzame leven achter zich kunnen laten.

De regeringspartijen namelijk zijn deze week weer nader tot elkaar gekomen in de onderhandelingen over voormelde onderwerpen. Voor zowel de AOW-leeftijd als de pensioenleeftijd zou komen te gelden dat de leeftijd in 2020 wordt verhoogd naar 66 jaar en vervolgens waarschijnlijk in 2025 naar 67 jaar. De gedachten gaan voorts ernaar uit om vanaf 2025 de pensioenleeftijd te koppelen aan de stijgende levensverwachting, waarbij elke vijf jaar zal worden getoetst of de regeling nog valide is.

Uit de gesprekken is vooralsnog ook gebleken dat het voor werknemers mogelijk zal blijven om toch op de leeftijd van 65 jaar te stoppen met werken. Dat heeft dan wel tot gevolg dat de AOW-uitkering zal worden gekort. Die korting is voorlopig berekend op 6,5%, maar door de AOW-uitkering welvaartsvast te maken zou die korting worden gecompenseerd, met name ten behoeve van de lagere inkomens.

Naast het feit dat zij hun werknemers in beginsel langer in dienst zullen hebben, heeft de nieuwe regeling voor werkgevers ook gevolgen voor de pensioenpremie die zij moeten afdragen. Of die premies lager of hoger zullen worden is nog niet duidelijk maar het staat vast, althans als de beoogde regeling definitief wordt, dat de pensioenpremies zullen worden bevroren op het niveau van de afgelopen jaren. Wat dit voor elke werkgever concreet betekent zal per pensioenfonds moeten worden uitgewerkt.

Praktisch én juridisch gevolg zal dan ook zijn dat er nieuwe pensioenovereenkomsten zullen moeten worden gemaakt. De kans bestaat dat de reeds opgebouwde rechten, die zullen worden opgenomen in de nieuwe pensioenovereenkomsten, in waarde zullen dalen waardoor de pensioenaanspraken op de pensioengerechtigde leeftijd evenzo onder druk zullen staan. Tekorten die voortvloeien uit de oude regelingen mogen namelijk niet ten laste komen van de nieuwe regelingen. Het is daarbij niet ondenkbaar dat deze waardedaling nog inzet zal zijn van forse gesprekken tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en de politiek.

Bron: Volkskrant